Summerschool 2017 Strasbourg | de video’s

Van 8 tot en met 12 juli 2017 vond de vijfde editie van de Summerschool plaats. Dit keer hadden de INSA en ENSAS in Straatsburg de handen ineen geslagen om een workshop op te zetten rond het thema Rheinliebe / Rhin mon amour. Samen met studenten van de architectuuropleidingen van de Fachhochschule Konstanz en ArtEZ Academie van Bouwkunst werden gemixte groepen samengesteld. Om het centrale thema uit te werken, kon iedere groep een eigen locatie aan de Rijn uit zoeken (ook in de oude havenbekkens van Straatsburg) en iedere groep mocht de uiting van de liefde voor de Rijn zelf concreet maken. Het eindproduct was wel voorgeschreven: iedere groep moest een korte film maken.

De gekozen thematiek hield ook verband met de transities die het havengebied van Straatsburg doormaakt. Een groot deel van de havenactiviteiten worden verplaatst naar nieuwe havenbekkens verderop in de Rijn. De vrijgekomen gebieden worden herontwikkeld zoals dat in veel havensteden aan de hand is. De relatie met de Rijn heeft in Straatsburg nog een extra component doordat aan de overzijde Duitsland ligt. Straatsburg en Kehl werken aan goede verbindingen; een symbolische geste is de vriendschapsburg voor voetgangers en fietsers die beide steden verbindt. In aanvulling op deze brug is inmiddels ook een lightrailbrug gebouwd, waardoor het openbaar vervoer beide steden op elkaar aansluit. Het havengebied van Straatsburg zal de komende jaren stap voor stap op de stad worden aangesloten. De havenstructuur blijft daarbij bewaard en de aanwezigheid van de Rijn is daarmee onmiskenbaar.

Om de studenten een voorbeeld te laten zien van een crossover / internationaal ruimtelijk ontwikkelingsproject werd een bezoek gebracht aan IBA Basel. Na een lezing over de geschiedens van dit langjarige project en de huidige stand van zaken ging een fietstocht door Basel, langs de oevers van de Rijn en eindigde de tocht met een zwempartij in de Rijn. (Een mooie formule werd daar gebruikt. Vanwege de sterke stroming waren er waterdichte zakken waar je je spullen in kon doen en als je dan ging zwemmen nam je je spullen een eind mee over het water. Bij de aanlandplaats kon je je dan weer omkleden. Het kostte natuurlijk wel even tijd om weer op de plek van vertrek terug te komen.)

Hieronder de video’s die door de studenten zijn gemaakt.

 

 

 

 

 


Tijdens de fietstocht door Basel, 9 juli 2017

Otto Wagners brug over de Wien in Liesing

Tijdens het bezoek dat ik in de herfstvakantie met onze eerstejaars studenten aan Wenen bracht heb ik mijn hart weer kunnen ophalen aan de werken van Otto Wagner. Deze stadsbouwmeester heeft in de periode dat de Ringstrasse en het U-Bahn netwerk opgebouwd werden de stad voorzien van een unieke en voorbeeldige verzameling gebouwen en infrastructurele werken. Tijdens onze eerste dag in Wenen bezochten we enige werken van zijn hand aan de U-Bahn Linie 6 en in het bijzonder de Wiental brücke in Liesing. Als groep wakkere architectuurreizigers moesten we even pauzeren en net bij een van de bruggehoofden de routekaart raadplegen. Terwijl alle verwarde wijsneuzen de weg aan het zoeken waren, had ik de gelegenheid om een wat intiemere relatie met deze brug aan te knopen.

Het is wellicht een wat kinky ingenieurs-fetish, maar de manier waarop Otto Wagner in deze brug een warmbloedige relatie weet te ontwikkelen tussen een eenvoudig, rationeel constructie schema en de andere bouwdelen is verrukkelijk. Door de subtiele uitdrukking van constructieve wetmatigheden in vaardig handwerk, prachtige verhoudingen en een afgewogen toepassing van materialen ontstaat een ronduit opwindende relatie. Deze relatie gaat verder dan alleen het accepteren van elkaar, het geduldig samenzijn; Wagner zorgt er ook voor dat elk onderdeel op zich een fijnbesnaarde uitdrukking krijgt.

Het lichtgrijze graniet van de bruggehoofden en middenpijler mag zijn zwaarte en onverzettelijkheid uitdrukken. De oorsprong van dit steen, diep in de bergen, en een robuuste, gestileerde ruigheid stralen er van af en tegelijk toont het zich in zijn elegante en krachtige verschijningsvorm als trots en zelfverzekerd onderdeel van de keizerlijke wereldstad die Wenen destijds was. Met zijn vier stoere obelisken situeert de brug zich met voldoende ‘présence’ in de context. Het speelt een elegante partij mee in de symfonie van de stad, zou je kunnen zeggen. Nu is de verankering in de aarde en de stad die door deze aardse component van de brug verzorgd wordt een aspect van het verhaal. De component die door de lucht gebouwd is, de overspanning, verdient hier even zoveel aandacht.

Het staalwerk (of is het nog ijzer met een hoog koolstofgehalte?) is immers nog boeiender door de manier waarop het een uiterst elegante en exacte uitdrukking is van het spel der krachten in deze brug die de vorm heeft van twee evenwijdige, doorlopende liggers over drie steunpunten. De brugliggers kennen over de hele lengte een gelijke hoogte waardoor ze zich als een eenvoudige vakwerkbalk tonen. De middenpijler bezit, in tegenstelling tot de twee bruggehoofden, geen obelisken aan de kop van elke pijler, maar een afgeknot restant dat een meerduidige interpretatie niet in de weg staat.

De middenpijler is in verband met kruisende infrastructuur (spoorlijn, gekanaliseerde rivier en weg) schuin onder de brug gepositioneerd. Hierdoor lijkt de brug telkens aan de rechterzijde een kortere overspanning te bezitten. In beide liggers kent het rechthoekige vakwerk rechts 12 vakken en links 15 vakken. Om geen storende beeldverschillen toe te laten, heeft Wagner deze oplossing met de rechthoekige vakwerken verkozen boven een constructief misschien meer voor de handliggende boog-vakwerk vorm. Als gevolg van de schuin geplaatste middenpijler zou het zij-aanzicht immers een rommelig (‘te dynamisch’) uiterlijk krijgen. Om een elegant beeld te verkrijgen, koos Wagner er vermoedelijk voor de brug met de vier obelisken in de stad te verankeren en de overspanning zelf terughoudend vorm te geven. Vanwege meer rust in het beeld verkoos hij ook om elk vakwerk-vak te voorzien van twee diagonalen die samen een ’X’ vormen. De rechthoekige vlakken die de brugliggers vormen, zijn op deze manier eenvoudig en neutraal opgevuld met dit kruisjespatroon. Althans, zo lijkt het totdat je de gelegenheid hebt om beter kennis te maken met de subtiliteiten van deze Weense schone.

Laten we onze beschouwing beginnen bij een van de granieten bruggehoofden en naar de dalende diagonaal kijken. Deze diagonaal bestaat uit twee brede strips platstaal die door een licht zigzagje van hoekstaal evenwijdig aan elkaar gehouden worden en aansluiten op de boven- en onderregel van de vakwerkligger. Laten we vanaf de bovenregel de diagonaal naar beneden volgen. Als onze blik de onderregel bereikt heeft, laten we ons oog langs de verticale staaf omhoog klimmen om bij de bovenregel de aanvang van de volgende dalende diagonaal aan te treffen. Deze diagonaal is iets verder verwijderd van ons, dus vanuit de kennis die we hebben over de werking van het perspectief verwachten we dat deze iets kleiner zal lijken. Maar zoveel kleiner? We volgen ook het verloop van deze staaf naar de onderregel en vervolgens dwaalt ons oog langs de volgende verticaal opnieuw naar boven toe. En daar is de aanvang van alweer een iets dunner ogende diagonaal. Een nauwkeurige inspectie leert dat onze ogen ons niet voor de gek houden: de stroken platstaal zijn werkelijk weer iets smaller. Hier lijkt een patroon in te zitten en we krijgen er plezier in om dat te ontdekken. Bij het vierde vak opnieuw en het vijfde ook: de diagonalen worden steeds slanker!

En dan opeens, na het zesde vak, gebeurt er iets onverwachts. Opeens wordt het platstaal vervangen door een dun hoekprofiel, of liever twee ‘L’-en die ruggelings aan elkaar bevestigd zijn met dunne koppelstripjes. Kenners snappen dit direct, want voorbij het midden van de overspanning verandert de kracht in staven die in deze richting lopen opeens van trek in druk. En bij drukbelasting heeft een staaf de neiging om uit te knikken. Dat kan voorkomen worden door toepassing van verstijvingen in alle richtingen. Die krijgen hier de vorm van twee hoekstalen die samen een ‘+’ vormen. En als we dan weer onze kijk-route vervolgen van bovenregel, langs de diagonaal naar de onderregel en weer verticaal omhoog tot de bovenregel en zo verder merken we dat de grootte van die ‘+’ ook verandert. Naarmate we het einde van de overspanning naderen, worden deze steeds groter en zwaarder. De drukkrachten worden aan het eind van de overspanning, nabij de oplegging ook steeds groter. De constructieve noodzaak wordt hier ingezet om het beeld te verfijnen. En als we de andere diagonalen beschouwen, de kruisende, zien we precies de tegenovergestelde ontwikkeling.

Bij vluchtige beschouwing valt er maar weinig te zien aan deze brug, maar bij nauwkeurige beschouwing des te meer. Het spel met de diagonalen in het vakwerk verschaft de constructie een levendige kwaliteit die je alleen in een schilderij zou verwachten. De ontwikkelende dikte van elke diagonaal, het verloop van het schaduwspel dat gespeeld wordt door de telkens iets andere geometrie van de staven en het stoere totaalbeeld verrijken de aanwezigheid van deze brug in de stad.

En zo zien we in deze ogenschijnlijk wat saaie rechthoekige vakwerkligger een waar feest aan welbespraaktheid. Het vertelt aan de geïnteresseerde beschouwer wat er in het innerlijk gebeurt. Het vertelt over de omgang met elementaire natuurkrachten die nodig zijn om in de lucht te construeren. Samen met de granieten onderbouw die vertelt over de verankering in aarde en stad ontvangt de beschouwer hier een subtiele, maar complete mededeling over het wezen van deze brug. De manier waarop we hier de kans krijgen om de relationele complexiteit van een utilitair ‘kunstwerk’ te ontdekken, begrijpen en genieten is niet minder dan een erotische ervaring. En omdat de uitdrukking van deze complexe verhalen dermate subtiel is, zijn ze eigenlijk een goed verborgen geheim. Het doorgronden van deze geheimen maakt het liefderijke genot alleen maar groter.

Ady Steketee, 15 november 2017

Société des Architectes Décédé: Claude Parent (1923-2016)

De Franse architect Claude Parent is op 27 februari 2016 overleden (een jaar gelden) en dat was 50 jaar nadat twee bijzondere producten het daglicht zagen waarvan hij mede-auteur was.
Het eerste product was een kerk, de Ste Bernadette de Banlay te Nevers, Frankrijk, waarin de opvattingen van het tweede product, het tijdschrift “Architecture Principe” werden toegepast, c.q. uitgeprobeerd.

In “Architecture Principe” schreven Claude Parent en zijn compaan Paul Virillio over ‘la fonction oblique’ (letterlijk vertaald als ‘de schuine functie’). Uit tekeningen en schetsen van ‘la fonction oblique’ blijkt dat Parent en Virillio daadwerkelijk voor ogen hadden de horizontalen en verticalen die in onze architectuur zo vertrouwd zijn, te vervangen door schuine vloeren en wanden. In de Ste Bernadette in Nevers hebben ze die schuine vloeren ook toegepast. Zoals hun eigen tijdschrift “Architecture Principe” gelezen kan worden als een manifest voor een andere architectuur, zo is de kerk een betonnen manifest voor de ruimtelijke werking van ‘la fonction oblique’.

Het is opvallend dat aan het overlijden van Parent in Nederand amper aandacht is besteed. Kennelijk was hij hier alleen bekend bij een kleine kring liefhebbers. In buitenlandse tijdschriften zijn fraaie levensschetsen van Parent verschenen, waarbij onvermijdelijk de anekdotes over zijn voorliefde voor mooie auto’s en kleding werden aangehaald.

Parent was echter vooral een dwarse denker die kritisch keek naar de rationalisaties in het modernisme. Toen hij samen met Paul Virillio de opvattingen rond ‘la fonction oblique’ ontwikkelde, was dat vooral om de ingesleten vanzelfsprekendheden aan de kaak te stellen, instabiliteit te veroorzaken, andere evenwichten op te zoeken en nieuwe ontmoetingen te forceren. De bijzondere werking van de schuine ruimte waren Virillio en Parent op het spoor gekomen door het eerdere onderzoek van Virillio naar de overgebleven bunkers van de Atlantikwall, die de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog langs de Europese kust hadden gebouwd (zie de publicatie van Paul Virillio, “Bunker Archeology”). Sommige bunkers waren in de loop der jaren door weggespoeld zand gekanteld en in deze scheef staande bunkers was het plotseling heel lastig om je staande te houden en je goed te oriënteren.

De kerk in Nevers is niet zo scheef dat de oriëntatie verdwijnt, integendeel, de schuine vloeren lijken het liturgisch centrum van de kerk alleen maar te benadrukken.
In het massieve, betonnen beeld van de buitenzijde van de kerk lijken de scheve bunkers ook door te klinken.

In 1966, een sleuteljaar in de architectuurgeschiedenis van de 20e eeuw, plaatste Parent zich samen met Virillio nadrukkelijk op het podium van het architectonisch denken door hun kritische beschouwing van de modernistische architectuur. In de loop der jaren kwam Parent misschien meer in de coulissen terecht, maar dat maakt zijn experimenten in het denken over architectuur niet minder waardevol.

ArtEZ Academie van Bouwkunst scoort in Konstanz

Ieder jaar wordt door de Fakultät Architektur und Gestaltung van HTWG Hochschule Konstanz een overzicht gepubliceerd van de meest bijzondere onderwijsprojecten van het afgelopen studiejaar. Deze publicatie heeft de naam “Werkschau Architektur 2016”. Door de samenwerking met de Hochschule Konstanz in de summerschools vanaf 2013 krijgen we ieder jaar een exemplaar van de Werkschau toegestuurd.

k1

Gedurende de productietijd van de Werkschau wordt een onafhankelijk jury uitgenodig om de beste plannen uit dit overzicht aan te wijzen. De door de jury geselecteerde plannen krijgen als bekroning een zogenaamde “Seestern” toegekend.

k2

In deze ronde blijkt dat de Academie van Bouwkunst bij twee van de zeven toegekende Seesternen is betrokken. Eén Seestern is toegekend aan de summerschool 2015 in Arnhem met de drijvende paviljoens.

k3

k4

k5

k6

De andere Seestern is voor het ontwerp van Alexander Marks, dat hij heeft gemaakt gedurende zijn exchange-semester in Arnhem. Zijn ontwerp bij het atelier Sustainable Happiness met als docenten Lada Hrsak en Addy de Boer kreeg de meigroene Seestern.

k7

k8

k9

Mooi was ook dat de docenten in Konstanz met trots over de behaalde Seesternen vertelden. De samenwerking van de architectuuropleidingen aan de Rijn heeft zo naast de summerschools ook nog een ander mooi resultaat.

Nabrander Slotweekeinde 2016

“Endstation Chile”, aldus de Duitse pers over het overlijden van Margot Honecker, de vrouw van voormalig DDR-leider, Erich Honecker.
honeckermargot-2

Fragment uit De Volkskrant, 8 mei 2016 (boven) en de reisgids voor het Slotweekeinde 2016 naar Leipzig en Chemnitz (onder).

leipzig-chemnitz-22
ddr-leipzig-chemnitz

Positief advies voor handhaven titelbescherming Interieurarchitect

Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam (UvA) adviseren positief over het handhaven van de titelbescherming van interieurarchitecten. Ook bevelen ze aan de hbo masteropleidingen Interieurarchitectuur, zoals die ook bij ArtEZ Academie van Bouwkunst wordt gegeven, te ondersteunen in hun verdere ontwikkeling.
De onderzoekers van de UvA hadden de opdracht voor het onderzoek gekregen van het Ministerie van OCW in samenwerking met het Atelier Rijksbouwmeester. Het onderzoek was één van de uitwerkingen van het “Actieplan gereglementeerde beroepen” van het kabinet. Doel van dit plan is om na te gaan in hoeverre de titel- of beroepsbescherming in Nederland geen restricties opwerpt voor buitenlandse bedrijven en beroepsbeoefenaren en op die manier de internationale concurrentie belemmert. Eén van de titels die door het kabinet werd genoemd voor evaluatie is die van de interieurarchitect.
In het rapport dat op 21 juni 2016 is gepubliceerd komen de onderzoekers juist tot de conclusie dat de titelbescherming bij interieurarchitecten de concurrentie verhelderd en dat de consument een waarborg heeft voor de kwaliteit van de werkzaamheden wanneer een interieurarchitect in de arm wordt genomen.
De onderzoekers hebben een groot aantal interviews met vertegenwoordigers uit alle geledingen van het veld van de interieurarchitectuur gehouden. Ook is Ingrid van Zanten van Corporeal, de masteropleiding Interieurarchitectuur bij ArtEZ, geïnterviewd. De onderzoekers hebben verder een internationale benchmark gedaan om de situatie in de buurlanden met die van Nederland te vergelijken.
Het rapport is in zijn geheel te lezen en te downloaden van de website van het Bureau Architectenregister. Klik hier voor een directe link.

uva-ia

Publicatie Plein16 + erratum

plein16pub1

Op de dag vóór het slotweekeinde van studiejaar 2015-2016 werden de publicaties van Plein 16 “Eigenschappen” afgeleverd. Een mooi product om in de bus op weg naar Leipzig te lezen en te bekijken. De publicatie was ook dit keer weer een samenwerking van Accu grafische ontwerpers, Linda Swaap, met Bob Zanders, de coördinator van het Plein.
In de publicatie wordt beeldend verslag gedaan van de vier workshops en hun resultaten. Achtereenvolgens “Aus einem Guss” (aluminium gieten), “Piepschuim” (EPS), “Brick Pavilion” gemodelleerde klei van de steenfabriek Petersen in Denemarken) en “Biobased composiet” worden in de publicatie gepresenteerd.
In iedere workshop speelde één materiaal de hoofdrol. Het was aan de studenten om de eigenschappen van dat materiaal te bespelen, om de regie over het materiaal te voeren. In de publicatie wordt dat proces en wat het heeft opgeleverd getoond.

plein16pub2

Ralph Brodrück, één van de begeleiders van de workshops, heeft een essay geschreven dat dieper ingaat op de relatie tussen de subjectieve ervaring en de eigenschappen van materialen. Die subjectieve ervaring kiest nadrukkelijk niet voor de route naar de natuurwetenschappelijke gegevens en modellen over materialen. De subjectieve ervaring wordt aan de hand van voorbeelden van architecten, waaronder Peter Zumthor, diepgaand geanalyseerd. Brodrück legt die analyse naast de inzichten van de filosoof Hermann Schmitz en komt dan tot een tweeledige conclusie. Juist door de subjectieve ervaring centraal te stellen en daar een vocabulair voor te ontwikkelen, wordt het mogelijk “om de opmerkzaamheid met betrekking tot de ervaring van architectuur te verfijnen”(p. 54). De tweede conclusie van Brodrück volgt hier direct op: het wordt dan ook mogelijk “het inzicht in haar (= van de architectuur) intersubjectieve eigenschappen systematisch te vergroten.”(p. 54).

plein16pub3

Flankerend aan de beeldenreeksen worden op rode pagina’s tekstfragmenten van twee auteurs gepresenteerd. Het betreft citaten van Tim Ingold uit zijn publicatie Making (2013) en uitspraken van Barbara Hepworth over haar lijfelijke ervaringen als beeldhouwer.
Helaas is in de laatste uitspraak van Hepworth op p. 76 een deel van de zin weggevallen. De complete tekst is:
“A chance remark [..] that ‘marble changes colour under different people’s hands’ made me decide immediately that it was not dominance which one had to attain over material, but an understanding, almost a kind of persuasion, and above all greater co-ordination between head and hand.”

plein16pub4

Plein16 – presentaties van de workshops

Op 24 januari kwamen de studenten en docenten van de vier workshops van Plein16 weer bij elkaar nadat twee weken eerder, op 8 januari met een lezingenreeks de workshops van start waren gegaan. Vier materialen stonden centraal; in iedere workshop één. Hieronder beelden van de presentaties van de vier workshops. Achtereenvolgens de wonderlijke constructies met bio-based composieten, de resultaten van het aluminium gieten, de Deens klei-experimenten uit de steenfabriek van Petersen en de bewerkingen van het EPS.
IMG_5861

IMG_5854

IMG_5875

IMG_5858

IMG_5894-2

IMG_5896-2

IMG_5898-2

IMG_5902-2

IMG_5907

IMG_5911

IMG_5914

IMG_5927

IMG_5943-2

IMG_5958-2

IMG_5963-2

IMG_5970-2

IMG_5980-2

IMG_5984-2

Edward Burtynsky: littekens en open wonden

boomstronk_cc
Wanneer de natuur zijn gang kan gaan, is er voor ons, kinderen van de Romantiek uit de vroege 19e eeuw, aan het verval en verderf een esthetisch genoegen te beleven.

Dit genoegen krijgt al een ander karakter als de mens zich er actief mee gaat bemoeien.
rooihout1_c
Zeker als er op grote schaal wordt ingegrepen, komt er een ander besef naar voren.
rooihout2_c
Edward Burtynsky, Canadees fotograaf, laat met zijn beelden zien wat de gevolgen van grootschalige ingrepen zijn. En wrang genoeg, het zijn nog prachtige foto’s ook. Er zijn veel artikelen over zijn werk. (Pop up even wegklikken.)
En Burtynsky heeft een geweldige website waar zijn werk via adembenemende projecten is te zien: www.edwardburtynsky.com

(Om misverstanden te voorkomen: de foto’s in deze post zijn niet van Burtynsky!)