Lautnerpublicatie in progress

Jan-Richard Kikkert en Tycho Saariste zijn twee van de weinigen die alle nog bestaande gebouwen van John Lautner (1911 – 1994) hebben gezien, behalve Lautner zelf natuurlijk. In de publicatie waar Jan-Richard en Tycho momenteel aan werken, komen alle bestaande bouwwerken, vooral woningen, van Lautner aan de orde. Ze vertellen niet alleen over hun ervaringen in de woningen, maar ook over de vaak bijzondere verhalen van de bewoners. Ook wisten oud-medewerkers van Lautner mooie anekdotes over de verschillende projecten te vertellen.

De verhalen van Jan-Richard en Tycho worden aangevuld met eigen beeldmateriaal, waarvan hieronder enkele voorbeelden. De foto’s zijn van Harpel House #2, Anchorage, Alaska. De jarenlange odyssee langs de huizen van Lautner is in 2007 begonnen met een excursie van de masteropleiding Architectuur van ArtEZ Academie van Bouwkunst. Ook in de jaren daarna heeft de Academie de fascinatie voor Lautner ondersteund, onder andere door bij te dragen aan het model van het inmiddels gesloopte Concannon House. Dit model is geëxposeerd op de overzichtstentoonstelling van het werk van Lautner in Marquette in 2011, zijn honderdste geboortejaar.

Naar verwachting zal de publicatie van Jan-Richard en Tycho in 2016 verschijnen.

TSA_1371

 

TSA_1690

 

TSA_1669

 

TSA_1786

 

 

 

 

 

 

 

Presentatie Plein15

Op 18 januari werden de resultaten van Plein15 gepresenteerd. Na vier dagen intensief werken gaven de studenten een toelichting op hun producten. Samen met de begeleiders en de gasten werd er doorgepraat over de bereikte resultaten, de kwaliteit en de materialiteit van de werkstukken én de relatie met het centrale thema van de gestiek van de architectuur.

Van Plein15 zal een publicatie verschijnen waarin het workshopproces en de werkstukken worden gedocumenteerd.

 

DSC_0128_com

DSC_0129_com

DSC_0130_com

DSC_0131_com

DSC_0142_com

DSC_0135_com

DSC_0105_com

DSC_0108_com

DSC_0112_com

DSC_0111_com

DSC_0149_com

DSC_0151_com

DSC_0155_com

DSC_0163_com

DSC_0175_com

DSC_0090_com

DSC_0162_com

DSC_0098_com

 

Plein15 workshops in actie

Plein15 is de naam voor de januariworkshops van de masteropleidingen Architectuur en Interieurarchitectuur. In drie groepen werken de studenten aan de thematiek van “de gestiek van de architectuur”. Onderstaande beelden geven een indruk van de workshops in actie.

 

DSC_0049

 

DSC_0050

 

DSC_0054

 

DSC_0060

 

DSC_0087

 

DSC_0061

 

DSC_0070

 

DSC_0076

 

DSC_0078

 

Plein15: de gestiek van de architectuur

Op 9 januari opende ArtEZ Academie van Bouwkunst het nieuwe, turbulent begonnen jaar 2015 met de inspiratielezingen van Plein15, het januariprogramma van de masteropleidingen Architectuur en Interieurarchitectuur. Het onderwerp van Plein15 is de gestiek van de architectuur. Frans Sturkenboom, de moderator van dit Plein, introduceerde in de eerste lezing het onderwerp door de begrippen ‘geste’ en ‘gestiek’ met voorbeelden uit de architectuur een nieuwe lading te geven. Voor Plein15 is de essentie van de workshops om te oefenen en te leren omgaan met het ‘diepe oppervlak’, om te werken met de diepte van het vlak.

In zijn uitleg verwees Frans Sturkenboom regelmatig naar voorbeelden uit het Maniërisme. Reden voor Wim Nijenhuis om in zijn lezing dieper in te gaan op deze historische periode in (grofweg) de 16e eeuw. Nijenhuis vertelde dat sommigen in het Maniërisme het hoogtepunt van de Renaissance zien, terwijl het voor anderen juist de ontmanteling is. In ieder geval wordt in deze periode op een anderen manier gekeken naar het klassieke ideaal van de eenheid van ruimte (perpectief) en handeling. Nijenhuis liet met voorbeelden uit de beeldende kunst en de architectuur zien dat andere begrippen – ‘maniera‘, ‘artifizioso‘ en ‘sprezzatura‘ – in het ontwerp en het maken van kunst centraal stonden. Het begrip sprezzatura bleef de rest van de dag rondzingen, omdat ook andere inleiders hier gewag van maakten. Sprezzatura vormde voor Nijenhuis ook de brug naar het door hemzelf georganiseerde Plein12 “Oefenruimten”, waarin de ambachtsman en het oefenen centraal stonden. Sprezzatura overstijgt het oefenen van de ambachtsman en impliceert het forceren van het materiaal tot een virtuositeit die het ambachtelijke overtreft. Sprezzatura is, aldus Nijenhuis, van de kunstenaar die het kunstmatige oplegt aan het materiaal.

Ton Verstegen vertrok vanuit een andere invalshoek. Hij benadert de gestiek van de architectuur vanuit de gewaarwording door de mens. Die gewaarwording bestaat niet alleen uit zien met de ogen, maar is een lijfelijk waarnemen. Objecten en ruimtelijke constellaties kunnen – mede op grond van eerdere ruimtelijke ervaringen – uitnodigen tot een bepaalde handeling of een gedrag. Bijvoorbeeld, een stoel nodigt uit om te zitten. In de waarneming zit volgens Verstegen, die zich weer op Hermann Schmitz (Die Neue Phänomenologie) beroept, een haptische component die andere kwaliteiten signaleert. De neiging van alle architecten en architectuurstudenten om even een materiaal aan te raken, om de oppervlakte te voelen, getuigt van die lijfelijke waarneming. Verstegen stelde dat de architectonische geste alleen bestaat in de lijfelijke waarneming ervan.

Tot slot ging Sjoerd van Tuinen in zijn lezing “A Return to Mannerism?” in op een aantal begrippen die eerder de revue waren gepasseerd. Van Tuinen is filosoof en onderzoeker bij de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Hij is een Gilles Deleuze specialist en verbond enkele theoretische, zoals Nomadische kunst en Rhizoom, met actuele ontwikkelingen in de architectuur en de kunst. In die ontwikkelingen ziet hij manieristische aspecten. Die aspecten kunnen enerzijds naar de historische periode van het Maniërisme verwijzen, maar Van Tuinen ziet het vooral als een wijze van omgang met de materie. De drie thema’s in zijn lezing – “Matter, Manner and Ideas” – vormen voor hem een deel van zijn onderzoeksveld.

Van 16 tot en met 18 janauri gaan de masterstudenten onder begeleiding van de docenten Ralph Brodrück, Gert Anninga, Lars van Es en Anthony Kleinepier aan de slag met de opgave.

Oud-directeur John Carp overleden

JohnCarp

Op maandag 13 oktober 2014 is John Carp (75 jaar) onverwacht overleden. John Carp was directeur van de Academie van Bouwkunst in de periode van 1988 tot 2000. Bij zijn aantreden in het voorjaar van 1988 kwam John in een roerige tijd terecht. Het Ministerie van Onderwijs had de zogenaamde STC-operatie in werking gezet. STC stond voor Schaalvergroting, Taakverdeling en Concentratie. Het doel van de operatie was om het hoger onderwijs efficiënter in te richten. Door het onderbrengen van opleidingen in grotere hogescholen, zo was de veronderstelling, zouden allerlei processen gemeenschappelijk (en minder kostbaar) georganiseerd kunnen worden. In Arnhem leidde dat tot een fusie van de kunstopleidingen die samen de Hogeschool voor de Kunsten Arnhem (HKA) gingen vormen. John regelde dat de Academie van Bouwkunst in de nieuwe kunsthogeschool werd opgenomen. Het meest duidelijk kwam dit tot uiting doordat het pand aan de Sonsbeekweg, waar de Academie al sinds decennia haar domicilie had, werd verlaten. De Academie werd medebewoner van het Rietveldgebouw aan het Onderlangs.

Maar met de fusie van de HKA was pas één kwestie uit die roerige tijd opgelost. De andere kwestie was de discussie over de hoge jeugdwerkloosheid, ook onder de pas afgestudeerde architecten. Nadat enkele commissies zich over deze kwestie hadden gebogen, werd van hogerhand voorgesteld om de studentenomvang van de opleidingen aan de Academies van Bouwkunst te maximeren. Bovendien vond men zes Academies van Bouwkunst in Nederland wel ruim bemeten; met minder zou het ook kunnen. John onderkende de mogelijke dreiging die van deze inzichten uitging en organiseerde op een actieve manier een Oost-Nederlandse lobby om de Arnhemse Academie te behouden. Dit is hem gelukt. Samen met de Academie in Groningen ging Arnhem deel uitmaken van de Academie van Bouwkunst RAG (Rotterdam, Arnhem, Groningen). Rotterdam was de hoofdvestiging en het bestuurlijk centrum; Arnhem en Groningen werden officieel nevenvestigingen, maar behielden wel de lesplaats in hun steden.
De Academie RAG, met John in het directieteam, bleek in de eerste jaren van zijnbestaan (vanaf 1993) bijzonder creatief en productief in de herziening en vernieuwde vormgeving van het onderwijs. De hoofdopzet van de onderwijsprogramma’s in de drie vestigingen werden gesynchroniseerd, zodat studenten bijvoorbeeld de ontwerpateliers in de andere vestigingen zouden kunnen volgen.

De herijking en afstemming van het curriculum van de opleiding kreeg ook vorm in de gezamenlijke opening van het studiejaar en de gemeenschappelijke excursies. John was, zo is mij vaak verteld, een belangrijke pleitbezorger van de gemeenschappelijke activiteiten. Ik heb in die tijd een opening meegemaakt die zich in Arnhem afspeelde. Het programma was opgebouwd rond enkele “grand travaux” van Arnhem: het Gelredome en één van de nieuwe overdekte klimaathallen in Burgers Zoo. Met een paar bussen werden de studenten en docenten van de RAG door Arnhem getransporteerd. Ook voor de excursie naar Portugal was grote belangstelling. Met twee bussen werden de projecten bezocht.

De bestuurlijke situatie van de Academie RAG bleef tot het einde van zijn functie als directeur in tact. In het laatste jaar voor zijn vertrek werd door de toenmalige staatssecretaris Rik van der Ploeg de regionale clustering van het kunstonderwijs gestimuleerd. Dat was voor John de aanleiding om de bestuurlijke constructie van de Academie RAG op de agenda te zetten. De uitkomst was dat in goed overleg met alle betrokken partijen de Academie RAG werd afgeslankt; de Academie in Arnhem werd bestuurlijk onderdeel van ArtEZ en de Academie in Groningen ging deel uitmaken van de Hanzehogeschool.

Binnen het onderwijsprogramma van de Academie bleef John al die tijd les geven. Hij verzorgde een oefening die was gebaseerd op de denkbeelden van de SAR. John was directeur geweest van de Stichting Architecten Research en het lag voor de hand dat de opvattingen van deze groep in het onderwijs een plek kregen.
Binnen de Academiegemeenschap was John de pater familias. Hij kende alle docenten en studenten. Hij was goed op de hoogte van de voortgang van de studenten, want ieder semester vulde John zelf de voortgangbriefjes in. Bij velen schreef hij er nog een persoonlijke opmerking bij.
Die persoonlijke aandacht gaf John tot aan het vertrek van de studenten vorm. Bij de jaarlijkse eindexamententoonstelling maakte John voor iedere student een limerick, die altijd een mooie toespeling bevatte op het afstudeerwerk, het karakter van de student of een memorabele gebeurtenis uit de studieloopbaan van de student.

Een bijzonder onderwijsproject, dat John ten voeten uit kenmerkt, zo vertelden oud-docenten van de Academie mij, was het Ethiopiëproject. John had een samenwerking met een universiteit in Addis Abeba opgezet. Studenten van de Academie gingen een bezoek brengen aan Ethiopië om daar de lokatie en de opgave te bestuderen. Terug in Nederland werd de ontwerpen in het reguliere onderwijsprogramma ontwikkeld. Omgekeerd kwamen later studenten uit Ethiopië naar Arnhem om de Nederlandse architectuur en stedenbouw te bestuderen. Voor de studenten die aan dit project deelnamen was het geweldige ervaring die ze niet zullen vergeten. Voor John gaf dit project uiting aan zijn overtuiging dat we kennis en inzichten moeten delen om de wereld tot een betere plek te maken.

De dag voorafgaand aan het officiële afscheid van John van de Academie op 6 oktober 2000 vond een historische gebeurtenis plaats die onverwacht een extra dimensie aan het afscheid toevoegde: de val van het regime van Milosovich in Servië. Ruim een jaar eerder was John het middelpunt van een kleine rel die de landelijke dagbladen haalde en hem op een standje van de toenmalige collegevoorzitter van de Hogeschool Rotterdam kwam te staan. Een standje dat John met de trots van een verzetsman onderging, omdat hij volledig overtuigd was van zijn gelijk toen hij een Servisch meisje dat aan de Academie van Bouwkunst wilde studeren, had afgewezen met het argument dat we, Nederland, op dat moment met Servië in oorlog waren en dat we daarom beslist geen ingezetenen van Servië tot de Academie zouden toelaten. Dit standpunt van John getuigde van zijn rechtvaardigheidsgevoel en verontwaardiging over de absurditeit en onmenselijkheid van de burgeroorlogen die toen al bijna een decennium in voormalige Joegoslavië woedden. De val van Milosovisch was bijna een persoonlijke genoegdoening.

Sinds de erkenning van de Academie van Bouwkunst Arnhem als zelfstandige opleiding in 1949 was John de derde directeur. Zijn bewindsperiode werd op bestuurlijk vlak gekenmerkt door nieuwe allianties en slimme overlevingsstrategieën. Belangrijker nog is de sfeer die hij in de opleiding bracht; het gevoel voor iedereen, docenten en student,  dat hij of zij ertoe deed. Studeren was in de ogen van John een persoonlijke ontdekkingstocht en eigenlijk wilde hij die tocht bij iedereen op de voet volgen.

JohnCarp2

 

Bekijk nu de film over de uitreiking van de Hunter Douglas Award

Archiprix 2013 “What if…” from Archiprix International on Vimeo.

Archiprix heeft een film gemaakt van de uitreiking van de Hunter Douglas Awards in Moskou afgelopen mei: “What if ..”. De titel van de film was ook het overkoepelende thema van de workshops met de deelnemers. In de film zijn de resultaten van de workshops en de uitreikingsceremonie vervat in een goed verhaal over Moskou. De film is in premiere gegaan tijdens het Architecture Film Festival Rotterdam

Eerstejaars maken nieuwe materialen door hergebruik van hout

In december presenteerden de eerstejaars studenten de resultaten van een 7 weekse ontwerpstudio waarin ze op zoek gingen naar nieuwe materialen die kunnen ontstaan door hergebruik van hout. Docent was Helen de Leur, gastdocent Annelies de Leede. De opdracht was Hergebruik dmv. manipulatie.

Ontwikkel een serie gemanipuleerd hout tot halfproduct. Experimenteer:

Cook it, burn it, wash it, stitch it, shrink it, paint it, soften it, harden it, layer it, coat it, weave it, strip it, nail it, perforate it, tarnish it, roll it, flatten it, thicken it, decorate it, glue it, embroider it, shave it, dye it, chisel it, smoothen it, roughen it, knit it, combine them etc.

Het leidde tot en aantal series prachtige materiaalstalen die zijn ontwikkeld door te experimenteren, proberen en opnieuw toe te passen.

Resultaten met potentie.
Studenten, Debbie van Dijk, Manon Stadler, Jessica Schraa, Stephanie Klein Holkenborg, Marleen Garstenveld, Gigi Booi, Jip Zewald.

IMG_0592 kopie IMG_0590 kopie IMG_0589 kopie IMG_0597 kopie IMG_0601 kopie