Presentatie Plein15

Op 18 januari werden de resultaten van Plein15 gepresenteerd. Na vier dagen intensief werken gaven de studenten een toelichting op hun producten. Samen met de begeleiders en de gasten werd er doorgepraat over de bereikte resultaten, de kwaliteit en de materialiteit van de werkstukken én de relatie met het centrale thema van de gestiek van de architectuur.

Van Plein15 zal een publicatie verschijnen waarin het workshopproces en de werkstukken worden gedocumenteerd.

 

DSC_0128_com

DSC_0129_com

DSC_0130_com

DSC_0131_com

DSC_0142_com

DSC_0135_com

DSC_0105_com

DSC_0108_com

DSC_0112_com

DSC_0111_com

DSC_0149_com

DSC_0151_com

DSC_0155_com

DSC_0163_com

DSC_0175_com

DSC_0090_com

DSC_0162_com

DSC_0098_com

 

Plein15 workshops in actie

Plein15 is de naam voor de januariworkshops van de masteropleidingen Architectuur en Interieurarchitectuur. In drie groepen werken de studenten aan de thematiek van “de gestiek van de architectuur”. Onderstaande beelden geven een indruk van de workshops in actie.

 

DSC_0049

 

DSC_0050

 

DSC_0054

 

DSC_0060

 

DSC_0087

 

DSC_0061

 

DSC_0070

 

DSC_0076

 

DSC_0078

 

Plein15: de gestiek van de architectuur

Op 9 januari opende ArtEZ Academie van Bouwkunst het nieuwe, turbulent begonnen jaar 2015 met de inspiratielezingen van Plein15, het januariprogramma van de masteropleidingen Architectuur en Interieurarchitectuur. Het onderwerp van Plein15 is de gestiek van de architectuur. Frans Sturkenboom, de moderator van dit Plein, introduceerde in de eerste lezing het onderwerp door de begrippen ‘geste’ en ‘gestiek’ met voorbeelden uit de architectuur een nieuwe lading te geven. Voor Plein15 is de essentie van de workshops om te oefenen en te leren omgaan met het ‘diepe oppervlak’, om te werken met de diepte van het vlak.

In zijn uitleg verwees Frans Sturkenboom regelmatig naar voorbeelden uit het Maniërisme. Reden voor Wim Nijenhuis om in zijn lezing dieper in te gaan op deze historische periode in (grofweg) de 16e eeuw. Nijenhuis vertelde dat sommigen in het Maniërisme het hoogtepunt van de Renaissance zien, terwijl het voor anderen juist de ontmanteling is. In ieder geval wordt in deze periode op een anderen manier gekeken naar het klassieke ideaal van de eenheid van ruimte (perpectief) en handeling. Nijenhuis liet met voorbeelden uit de beeldende kunst en de architectuur zien dat andere begrippen – ‘maniera‘, ‘artifizioso‘ en ‘sprezzatura‘ – in het ontwerp en het maken van kunst centraal stonden. Het begrip sprezzatura bleef de rest van de dag rondzingen, omdat ook andere inleiders hier gewag van maakten. Sprezzatura vormde voor Nijenhuis ook de brug naar het door hemzelf georganiseerde Plein12 “Oefenruimten”, waarin de ambachtsman en het oefenen centraal stonden. Sprezzatura overstijgt het oefenen van de ambachtsman en impliceert het forceren van het materiaal tot een virtuositeit die het ambachtelijke overtreft. Sprezzatura is, aldus Nijenhuis, van de kunstenaar die het kunstmatige oplegt aan het materiaal.

Ton Verstegen vertrok vanuit een andere invalshoek. Hij benadert de gestiek van de architectuur vanuit de gewaarwording door de mens. Die gewaarwording bestaat niet alleen uit zien met de ogen, maar is een lijfelijk waarnemen. Objecten en ruimtelijke constellaties kunnen – mede op grond van eerdere ruimtelijke ervaringen – uitnodigen tot een bepaalde handeling of een gedrag. Bijvoorbeeld, een stoel nodigt uit om te zitten. In de waarneming zit volgens Verstegen, die zich weer op Hermann Schmitz (Die Neue Phänomenologie) beroept, een haptische component die andere kwaliteiten signaleert. De neiging van alle architecten en architectuurstudenten om even een materiaal aan te raken, om de oppervlakte te voelen, getuigt van die lijfelijke waarneming. Verstegen stelde dat de architectonische geste alleen bestaat in de lijfelijke waarneming ervan.

Tot slot ging Sjoerd van Tuinen in zijn lezing “A Return to Mannerism?” in op een aantal begrippen die eerder de revue waren gepasseerd. Van Tuinen is filosoof en onderzoeker bij de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Hij is een Gilles Deleuze specialist en verbond enkele theoretische, zoals Nomadische kunst en Rhizoom, met actuele ontwikkelingen in de architectuur en de kunst. In die ontwikkelingen ziet hij manieristische aspecten. Die aspecten kunnen enerzijds naar de historische periode van het Maniërisme verwijzen, maar Van Tuinen ziet het vooral als een wijze van omgang met de materie. De drie thema’s in zijn lezing – “Matter, Manner and Ideas” – vormen voor hem een deel van zijn onderzoeksveld.

Van 16 tot en met 18 janauri gaan de masterstudenten onder begeleiding van de docenten Ralph Brodrück, Gert Anninga, Lars van Es en Anthony Kleinepier aan de slag met de opgave.