De Beste Boeken van ArtEZ Academie van Bouwkunst (2)

Het tweede boek uit de selectie Beste Boeken 2017 waar ArtEZ Academie van Bouwkunst bij betrokken was – in dit geval als mede-opdrachtegever – is: “Stedelijke vraagstukken, veerkrachtige oplossingen. Ontwerpend onderzoek voor de toekomst van stedelijke regio’s”. Het is de publicatie die het netwerklectoraat Future Urban Regions (FUR) onder leiding van Eric Frijters heeft gemaakt als verslag van het onderzoek dat in de jaren 2013 – 2016 is uitgevoerd. Tegelijkertijd is het meer dan een eindverslag; het biedt tevens elementen voor een vervolgagenda waarmee het onderzoek naar gezonde verstedelijking kan worden voortgezet.

Het netwerklectoraat FUR functioneerde in opdracht van de zes Nederlandse Academies van Bouwkunst, die met FUR uitwerking gaven aan een subsidie die in het kader van Actieagenda Architectuur en Ruimtelijk Ontwerp door het toenmalige Ministerie van Infrastructuur en Milieu was verstrekt. Vanuit ArtEZ Academie van Bouwkunst maakte onderwijscoördinator Ady Steketee deel uit van de kenniskring. Hij heeft vanuit die rol bijgedragen aan de publicatie. Ook Thijs van Spaandonk, al jarenlang een vaste kracht in het derde jaars Onderzoeksprogramma van de master Architectuur, heeft een bijdrage aan de publicatie geleverd.

Behalve een uitgebreide toelichting op de positie en de doelstellingen van FUR behandelt de publicatie ook de ontwikkelde methodes van onderzoek en de projecten die in de onderwijsprogramma’s van de deelnemende Academies zijn uitgevoerd. Per type project zijn er bovendien gerealiseerde projecten uit binnen- en buitenland opgenomen die het beeld van de mogelijke ingrepen in de stedelijke omgeving aanvullen.

Het netwerklectoraat FUR is inmiddels op stoom gekomen in de tweede ronde van de ARO (Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp), die van 2017 – 2020 loopt. De samenwerking met de Academies van Bouwkunst blijft ook de komende jaren cruciaal voor het functioneren van FUR (zie ook de bijdrage van 10 februari 2018).

De Beste Boeken van ArtEZ Academie van Bouwkunst (1)

Op 5 maart werd bekend gemaakt welke boeken behoorden tot de Beste Boeken 2017. Tot onze verrassing bleek dat er twee boeken bij zaten waar ArtEZ Academie van Bouwkunst als opdrachtgever bij betrokken was.
Het eerste boek is “De gestiek van de architectuur, Een leerboek hedendaags maniërisme”, van Frans Sturkenboom. Frans Sturkenboom is al vele jaren docent bij de masteropleiding Architectuur.

Behalve docent bij ontwerpateliers stond Frans de afgelopen jaren vast ingeroosterd voor de reeks Cultuurbeschouwing 2, die hij invulde met “Grondbegrippen van de architectuur”. Het dictaat dat hij voor deze reeks ontwikkelde, was in de ogen van de opleiding en van Peter Sonderen, lector Theorie in de kunsten, zo interessant dat Frans werd uitgenodigd om het tot een voldragen manuscript uit te werken. De ‘eigen’ uitgeverij ArtEZ Press adopteerde het project en een financiële bijdrage uit het Innovatiefonds van ArtEZ maakte de uitvoering verder mogelijk.

De vormgever van het boek, Josse Pyl, pakte het thema van het maniërisme op en ontwierp een speciale cijferreeks voor dit boek. De wijze waarop de afbeeldingen zich zowel verhouden tot de tekst, als tot de vorm van het boek, draagt bij aan het fenomeen ‘leerboek’. Tot slot geeft de tactiliteit van de omslag uitdrukking aan één van de centrale stellingen van Frans Sturkenboom waarin hij stelt dat de ‘dramatiek’ of ‘diepte’ van het vlak één van de geboortemomenten is van de gestiek van de architectuur. Om dat te ervaren, is het echt nodig om het boek ter hand te nemen.

Planning FUR in het onderwijs

Een meterslang tijdschema voor de jaren 2018, 2019 en 2020 vormde het centrale document waar 8 februari 2018 aan werd gewerkt door de voltallige kenniskring van het netwerklectoraat Future Urban Regions (FUR) en een vertegenwoordiging van de zes Academies van Bouwkunst.

De kern van FUR is om actuele ontwerpvraagstukken in de stedelijke regio’s te onderzoeken en mogelijke strategieën te ontwikkelen. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de masteropleidingen van de zes Academies van Bouwkunst. Samen met ‘derden’, betrokken partijen of coalities van betrokken partijen, worden vraagstellingen in het ontwerponderwijs van de masteropleidingen aan de orde gesteld. Met de resultaten uit het onderwijs wordt door de kenniskring verder gewerkt; ofwel wordt een vervolgvraagstelling voor een nieuw onderwijsproject ontwikkeld, ofwel worden de resultaten verwerkt in een bredere studie waar meer praktijkresultaten – ook internationaal – met elkaar worden verbonden.

De planningsbijeenkomst had als doel om voor de komende jaren de inzet van FUR in de onderwijsprogramma’s van de masteropleidingen te bespreken.

De bijeenkomst was een groot succes omdat gedurende het gesprek duidelijk werd dat de wederzijdse vragen goed in elkaar grepen en de meerwaarde van een gemeenschappelijk onderzoeksprogramma als FUR overduidelijk zichtbaar werd. De komende jaren zullen daarom ook bijeenkomsten met meerdere of alle opleidingen worden georganiseerd om resultaten te delen en de ontwikkelde werkwijze nog verder uit te diepen.
Voor de masteropleiding Architectuur van ArtEZ Academie van Bouwkunst betekent dit – naast mogelijke nieuwe activiteiten – dat het Onderzoeksprogramma in het 3e jaar ook de komende jaren in overleg met FUR zal worden ingevuld.

Netwerklectoraat FUTURE URBAN REGIONS 2017-2020

Op 3 oktober 2017 presenteerde lector Eric Frijters de eindpublicatie van de eerste vier jaar van het netwerklectoraat Future Urban Regions. “Stedelijke vraagstukken, veerkrachtige oplossingen” heet de publicatie, die naast theoretische essays ook de projecten bevat die binnen de onderwijsprogramma’s van de zes Academies van Bouwkunst hebben gedraaid. In aanvulling op de onderwijsprojecten zijn ook veel case-studies opgenomen van ander steden in binnen- en buitenland. De publicatie laat aan de hand van de ontwerpstudies en concrete voorbeelden uit de praktijk zien hoe de stand van zaken is rond het centrale onderzoeksthema van de gezonde verstedelijking.

In de publicatie zijn ook veel studies opgenomen die door de 3e jaars studenten van de masteropleiding Architectuur zijn gedaan. Deze studies zijn ook door ArtEZ Academie van Bouwkunst gedocumenteerd. De laatste jaren is telkens een ‘magazine’ gemaakt.

Ook zijn er video’s waarin de bestudeerde onderwerpen door scenario’s werden verbeeld. Hier is een voorbeeld:

De publicatie “Stedelijke vraagstukken, veerkrachtige oplossingen” was, zoals gezegd, de afronding van de eerste vier jaar van het netwerklectoraat; de periode 2013 – 2016. Inmiddels draait de tweede rond al; van 2017 – 2020. Ook in de tweede ronde maakt het netwerklectoraat FUR deel uit van de ARO, de Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp. De ARO wordt door meerdere Ministeries ondersteund en heeft als doel om de ontwerpkracht voor nieuwe ruimtelijke opgaven en innovatieve ontwerpoplossingen te stimuleren. De subsidie vanuit de ARO maakt het mogelijk dat FUR het onderzoek kan doen zonder de onderwijsbegroting van de deelnemende opleidingen te belasten.

Voor de periode 2017 -2020 heeft FUR een nieuwe werkwijze ontwikkeld. De nieuwe opzet is terug te vinden in de indeling van de publicatie. Centraal staan 3 vragen: wat, hoe en wie. Bij ‘wat’ gaat het er om de vraag te stellen naar wat gezonde verstedelijking is. Welke onderdelen maken er deel van uit? Welke onderwerpen kunnen in het onderwijs bestudeerd en onderzocht worden? Bij ‘hoe’ gaat het om de werkwijze en methodiek. Dit onderdeel zal de benaderingswijze van het netwerklectoraat verder uitdiepen en verfijnen. De derde vraag, ‘wie’, gaat over de partijen die betrokken zijn (of zouden moeten zijn) om de gezonde verstedelijking te realiseren.
Het lopende onderzoeksproject in ons onderwijs, dat nu door het 3e jaar wordt uitgediept in een kort atelier, hoort bij de laatste categorie, maar het toont ook de verwevenheid met de vragen ‘wat’ en ‘hoe’.

Eric Frijters wordt als lector ondersteund door 6 onderzoekers en een ‘projectmanager’ die zorgt dat alles soepel loopt. In de praktijk zullen de onderzoekers veel samenwerken, niet alleen met elkaar, maar ook met de masteropleidingen van de Academies van Bouwkunst. Vanuit het perspectief van de opleiding levert het netwerklectoraat een waardevolle bijdrage aan het programma: er worden actuele en complexe onderwerpen aan de orde gesteld, er wordt door de studenten geoefend met onderzoeksvaardigheden en de studenten krijgen zicht op nieuwe beroepsrollen die zich in het werkveld aan het ontwikkelen zijn.

Plein18 – terugblik op de presentaties

In een eerste reactie op de presentaties van Plein18 zei Ralph Brodrück, de geestelijk vader van de thematiek in de workshops, dat hij vooral aan ‘poëzie’ dacht bij alles wat had gezien en gehoord. Misschien is een poëtische verslaglegging wel de beste manier om iets over de workshops aan anderen over te brengen, waren ongeveer zijn woorden.

Plein18 borduurde voort op het centrale thema van Plein17: Proprioceptie, ruimtegevoel en zelfwaarneming in de ruimte. In Plein18 werd die zelfwaarneming nadrukkelijker gekoppeld aan de ruimtelijke omgeving. Vanuit de stelling dat ieder mens zichzelf in een omgeving gewaar wordt, speelden de drie workshops van Plein18 zich op drie locaties af waar verschillende ruimtelijke condities golden. Eén workshop vond plaats op een tweemaster op de Waddenzee. Hier gold dat werd gespeeld met de stabiliteit van de ondergrond. Het vasteland werd letterlijk verlaten voor een aantal dagen leven op een deinende boot. Een andere workshop vertrok naar Tromso in Noorwegen, gelegen boven de poolcirkel, om daar de donkerte van het leven zonder zonlicht mee te maken. Lange wandeltochten door besneeuwde vlakten in een schemerige wereld stellen het ruimtegevoel en de waarneming op de proef. De derde workshop richtte zich op beleving en lichamelijke gewaarwording van bijzondere interieure ruimtes in Arnhem.

De presentaties van de drie workshops waren heel verschillend en weerspiegelden op hun eigen manier hoe de workshops waren verlopen. De groep studenten die op de Waddenzee hadden gezeild, transformeerden het auditorium tijdens hun presentatie in een performatieve ruimte waarin feitelijke gegevens over de zeiltocht, kaarten, beelden, voorgelezen persoonlijke ervaringen en beschrijvingen, de traagheid van de boot op de weidsheid van het Wad navoelbaar maakten.
Bij de video’s van de groep uit Tromso was goed zichtbaar dat de ruige natuur, de ligging van de stad tussen bergen en water, de sneeuw en het ijs, de condities van het licht gedurende de dag, het prachtige noorderlicht ’s nachts en de gemeenschappelijke (yoga-)oefeningen die het groepsgevoel versterkten, allemaal onderdelen waren van de ‘andere’ omgeving.
De derde groep had in een ander lokaal een ruimtelijke installatie gemaakt die aanvankelijk alleen door geluidsfragmenten bij de bezoekers een sferisch beeld opriepen van de ruimte waarin de geluidsfragmenten waren opgenomen. Ook werd onderzocht hoe luisteren als een vorm van way-finding kan werken.

Ralph Brodrück las als onderdeel van zijn eerste reactie ook enkele van zijn eigen waarnemingen en aantekeningen voor. Hieruit bleek ook de tastende en persoonlijke manier waarop ieder van dergelijke lijfelijke ervaringen en gewaarwordingen verslag probeert te doen.
Aan die verslaglegging wordt de komende tijd nog op twee manier verder gewerkt. Eén traject is het maken van een publicatie waarin de workshops worden toegelicht en een indruk wordt gegeven van de rijkdom van ervaringen die het heeft opgeleverd, zowel bij studenten als bij de begeleidende de docenten. Die publicatie zal ook veel beelden bevatten (die in deze post nog ontbreken…) 
Het tweede traject is de eerste stap in een meerjarig onderzoek naar een vocabulair om over dergelijke ervaringen te spreken en dit mede-deelbaar te maken. De inzichten die Ralph Brodrück bij zijn promotieonderzoek aan de TU Eindhoven naar dit onderwerp opdoet, zal de masteropleiding Architectuur de komende jaren graag blijven testen. Het zijn prikkelende ontmoetingen op het grensgebied van de persoonlijke poëzie en het ‘verifieerbare’ onderzoeksdiscours.

Summerschool 2017 Strasbourg | de video’s

Van 8 tot en met 12 juli 2017 vond de vijfde editie van de Summerschool plaats. Dit keer hadden de INSA en ENSAS in Straatsburg de handen ineen geslagen om een workshop op te zetten rond het thema Rheinliebe / Rhin mon amour. Samen met studenten van de architectuuropleidingen van de Fachhochschule Konstanz en ArtEZ Academie van Bouwkunst werden gemixte groepen samengesteld. Om het centrale thema uit te werken, kon iedere groep een eigen locatie aan de Rijn uit zoeken (ook in de oude havenbekkens van Straatsburg) en iedere groep mocht de uiting van de liefde voor de Rijn zelf concreet maken. Het eindproduct was wel voorgeschreven: iedere groep moest een korte film maken.

De gekozen thematiek hield ook verband met de transities die het havengebied van Straatsburg doormaakt. Een groot deel van de havenactiviteiten worden verplaatst naar nieuwe havenbekkens verderop in de Rijn. De vrijgekomen gebieden worden herontwikkeld zoals dat in veel havensteden aan de hand is. De relatie met de Rijn heeft in Straatsburg nog een extra component doordat aan de overzijde Duitsland ligt. Straatsburg en Kehl werken aan goede verbindingen; een symbolische geste is de vriendschapsburg voor voetgangers en fietsers die beide steden verbindt. In aanvulling op deze brug is inmiddels ook een lightrailbrug gebouwd, waardoor het openbaar vervoer beide steden op elkaar aansluit. Het havengebied van Straatsburg zal de komende jaren stap voor stap op de stad worden aangesloten. De havenstructuur blijft daarbij bewaard en de aanwezigheid van de Rijn is daarmee onmiskenbaar.

Om de studenten een voorbeeld te laten zien van een crossover / internationaal ruimtelijk ontwikkelingsproject werd een bezoek gebracht aan IBA Basel. Na een lezing over de geschiedens van dit langjarige project en de huidige stand van zaken ging een fietstocht door Basel, langs de oevers van de Rijn en eindigde de tocht met een zwempartij in de Rijn. (Een mooie formule werd daar gebruikt. Vanwege de sterke stroming waren er waterdichte zakken waar je je spullen in kon doen en als je dan ging zwemmen nam je je spullen een eind mee over het water. Bij de aanlandplaats kon je je dan weer omkleden. Het kostte natuurlijk wel even tijd om weer op de plek van vertrek terug te komen.)

Hieronder de video’s die door de studenten zijn gemaakt.

 

 

 

 

 


Tijdens de fietstocht door Basel, 9 juli 2017

Otto Wagners brug over de Wien in Liesing

Tijdens het bezoek dat ik in de herfstvakantie met onze eerstejaars studenten aan Wenen bracht heb ik mijn hart weer kunnen ophalen aan de werken van Otto Wagner. Deze stadsbouwmeester heeft in de periode dat de Ringstrasse en het U-Bahn netwerk opgebouwd werden de stad voorzien van een unieke en voorbeeldige verzameling gebouwen en infrastructurele werken. Tijdens onze eerste dag in Wenen bezochten we enige werken van zijn hand aan de U-Bahn Linie 6 en in het bijzonder de Wiental brücke in Liesing. Als groep wakkere architectuurreizigers moesten we even pauzeren en net bij een van de bruggehoofden de routekaart raadplegen. Terwijl alle verwarde wijsneuzen de weg aan het zoeken waren, had ik de gelegenheid om een wat intiemere relatie met deze brug aan te knopen.

Het is wellicht een wat kinky ingenieurs-fetish, maar de manier waarop Otto Wagner in deze brug een warmbloedige relatie weet te ontwikkelen tussen een eenvoudig, rationeel constructie schema en de andere bouwdelen is verrukkelijk. Door de subtiele uitdrukking van constructieve wetmatigheden in vaardig handwerk, prachtige verhoudingen en een afgewogen toepassing van materialen ontstaat een ronduit opwindende relatie. Deze relatie gaat verder dan alleen het accepteren van elkaar, het geduldig samenzijn; Wagner zorgt er ook voor dat elk onderdeel op zich een fijnbesnaarde uitdrukking krijgt.

Het lichtgrijze graniet van de bruggehoofden en middenpijler mag zijn zwaarte en onverzettelijkheid uitdrukken. De oorsprong van dit steen, diep in de bergen, en een robuuste, gestileerde ruigheid stralen er van af en tegelijk toont het zich in zijn elegante en krachtige verschijningsvorm als trots en zelfverzekerd onderdeel van de keizerlijke wereldstad die Wenen destijds was. Met zijn vier stoere obelisken situeert de brug zich met voldoende ‘présence’ in de context. Het speelt een elegante partij mee in de symfonie van de stad, zou je kunnen zeggen. Nu is de verankering in de aarde en de stad die door deze aardse component van de brug verzorgd wordt een aspect van het verhaal. De component die door de lucht gebouwd is, de overspanning, verdient hier even zoveel aandacht.

Het staalwerk (of is het nog ijzer met een hoog koolstofgehalte?) is immers nog boeiender door de manier waarop het een uiterst elegante en exacte uitdrukking is van het spel der krachten in deze brug die de vorm heeft van twee evenwijdige, doorlopende liggers over drie steunpunten. De brugliggers kennen over de hele lengte een gelijke hoogte waardoor ze zich als een eenvoudige vakwerkbalk tonen. De middenpijler bezit, in tegenstelling tot de twee bruggehoofden, geen obelisken aan de kop van elke pijler, maar een afgeknot restant dat een meerduidige interpretatie niet in de weg staat.

De middenpijler is in verband met kruisende infrastructuur (spoorlijn, gekanaliseerde rivier en weg) schuin onder de brug gepositioneerd. Hierdoor lijkt de brug telkens aan de rechterzijde een kortere overspanning te bezitten. In beide liggers kent het rechthoekige vakwerk rechts 12 vakken en links 15 vakken. Om geen storende beeldverschillen toe te laten, heeft Wagner deze oplossing met de rechthoekige vakwerken verkozen boven een constructief misschien meer voor de handliggende boog-vakwerk vorm. Als gevolg van de schuin geplaatste middenpijler zou het zij-aanzicht immers een rommelig (‘te dynamisch’) uiterlijk krijgen. Om een elegant beeld te verkrijgen, koos Wagner er vermoedelijk voor de brug met de vier obelisken in de stad te verankeren en de overspanning zelf terughoudend vorm te geven. Vanwege meer rust in het beeld verkoos hij ook om elk vakwerk-vak te voorzien van twee diagonalen die samen een ’X’ vormen. De rechthoekige vlakken die de brugliggers vormen, zijn op deze manier eenvoudig en neutraal opgevuld met dit kruisjespatroon. Althans, zo lijkt het totdat je de gelegenheid hebt om beter kennis te maken met de subtiliteiten van deze Weense schone.

Laten we onze beschouwing beginnen bij een van de granieten bruggehoofden en naar de dalende diagonaal kijken. Deze diagonaal bestaat uit twee brede strips platstaal die door een licht zigzagje van hoekstaal evenwijdig aan elkaar gehouden worden en aansluiten op de boven- en onderregel van de vakwerkligger. Laten we vanaf de bovenregel de diagonaal naar beneden volgen. Als onze blik de onderregel bereikt heeft, laten we ons oog langs de verticale staaf omhoog klimmen om bij de bovenregel de aanvang van de volgende dalende diagonaal aan te treffen. Deze diagonaal is iets verder verwijderd van ons, dus vanuit de kennis die we hebben over de werking van het perspectief verwachten we dat deze iets kleiner zal lijken. Maar zoveel kleiner? We volgen ook het verloop van deze staaf naar de onderregel en vervolgens dwaalt ons oog langs de volgende verticaal opnieuw naar boven toe. En daar is de aanvang van alweer een iets dunner ogende diagonaal. Een nauwkeurige inspectie leert dat onze ogen ons niet voor de gek houden: de stroken platstaal zijn werkelijk weer iets smaller. Hier lijkt een patroon in te zitten en we krijgen er plezier in om dat te ontdekken. Bij het vierde vak opnieuw en het vijfde ook: de diagonalen worden steeds slanker!

En dan opeens, na het zesde vak, gebeurt er iets onverwachts. Opeens wordt het platstaal vervangen door een dun hoekprofiel, of liever twee ‘L’-en die ruggelings aan elkaar bevestigd zijn met dunne koppelstripjes. Kenners snappen dit direct, want voorbij het midden van de overspanning verandert de kracht in staven die in deze richting lopen opeens van trek in druk. En bij drukbelasting heeft een staaf de neiging om uit te knikken. Dat kan voorkomen worden door toepassing van verstijvingen in alle richtingen. Die krijgen hier de vorm van twee hoekstalen die samen een ‘+’ vormen. En als we dan weer onze kijk-route vervolgen van bovenregel, langs de diagonaal naar de onderregel en weer verticaal omhoog tot de bovenregel en zo verder merken we dat de grootte van die ‘+’ ook verandert. Naarmate we het einde van de overspanning naderen, worden deze steeds groter en zwaarder. De drukkrachten worden aan het eind van de overspanning, nabij de oplegging ook steeds groter. De constructieve noodzaak wordt hier ingezet om het beeld te verfijnen. En als we de andere diagonalen beschouwen, de kruisende, zien we precies de tegenovergestelde ontwikkeling.

Bij vluchtige beschouwing valt er maar weinig te zien aan deze brug, maar bij nauwkeurige beschouwing des te meer. Het spel met de diagonalen in het vakwerk verschaft de constructie een levendige kwaliteit die je alleen in een schilderij zou verwachten. De ontwikkelende dikte van elke diagonaal, het verloop van het schaduwspel dat gespeeld wordt door de telkens iets andere geometrie van de staven en het stoere totaalbeeld verrijken de aanwezigheid van deze brug in de stad.

En zo zien we in deze ogenschijnlijk wat saaie rechthoekige vakwerkligger een waar feest aan welbespraaktheid. Het vertelt aan de geïnteresseerde beschouwer wat er in het innerlijk gebeurt. Het vertelt over de omgang met elementaire natuurkrachten die nodig zijn om in de lucht te construeren. Samen met de granieten onderbouw die vertelt over de verankering in aarde en stad ontvangt de beschouwer hier een subtiele, maar complete mededeling over het wezen van deze brug. De manier waarop we hier de kans krijgen om de relationele complexiteit van een utilitair ‘kunstwerk’ te ontdekken, begrijpen en genieten is niet minder dan een erotische ervaring. En omdat de uitdrukking van deze complexe verhalen dermate subtiel is, zijn ze eigenlijk een goed verborgen geheim. Het doorgronden van deze geheimen maakt het liefderijke genot alleen maar groter.

Ady Steketee, 15 november 2017

Société des Architectes Décédé: Claude Parent (1923-2016)

De Franse architect Claude Parent is op 27 februari 2016 overleden (een jaar gelden) en dat was 50 jaar nadat twee bijzondere producten het daglicht zagen waarvan hij mede-auteur was.
Het eerste product was een kerk, de Ste Bernadette de Banlay te Nevers, Frankrijk, waarin de opvattingen van het tweede product, het tijdschrift “Architecture Principe” werden toegepast, c.q. uitgeprobeerd.

In “Architecture Principe” schreven Claude Parent en zijn compaan Paul Virillio over ‘la fonction oblique’ (letterlijk vertaald als ‘de schuine functie’). Uit tekeningen en schetsen van ‘la fonction oblique’ blijkt dat Parent en Virillio daadwerkelijk voor ogen hadden de horizontalen en verticalen die in onze architectuur zo vertrouwd zijn, te vervangen door schuine vloeren en wanden. In de Ste Bernadette in Nevers hebben ze die schuine vloeren ook toegepast. Zoals hun eigen tijdschrift “Architecture Principe” gelezen kan worden als een manifest voor een andere architectuur, zo is de kerk een betonnen manifest voor de ruimtelijke werking van ‘la fonction oblique’.

Het is opvallend dat aan het overlijden van Parent in Nederand amper aandacht is besteed. Kennelijk was hij hier alleen bekend bij een kleine kring liefhebbers. In buitenlandse tijdschriften zijn fraaie levensschetsen van Parent verschenen, waarbij onvermijdelijk de anekdotes over zijn voorliefde voor mooie auto’s en kleding werden aangehaald.

Parent was echter vooral een dwarse denker die kritisch keek naar de rationalisaties in het modernisme. Toen hij samen met Paul Virillio de opvattingen rond ‘la fonction oblique’ ontwikkelde, was dat vooral om de ingesleten vanzelfsprekendheden aan de kaak te stellen, instabiliteit te veroorzaken, andere evenwichten op te zoeken en nieuwe ontmoetingen te forceren. De bijzondere werking van de schuine ruimte waren Virillio en Parent op het spoor gekomen door het eerdere onderzoek van Virillio naar de overgebleven bunkers van de Atlantikwall, die de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog langs de Europese kust hadden gebouwd (zie de publicatie van Paul Virillio, “Bunker Archeology”). Sommige bunkers waren in de loop der jaren door weggespoeld zand gekanteld en in deze scheef staande bunkers was het plotseling heel lastig om je staande te houden en je goed te oriënteren.

De kerk in Nevers is niet zo scheef dat de oriëntatie verdwijnt, integendeel, de schuine vloeren lijken het liturgisch centrum van de kerk alleen maar te benadrukken.
In het massieve, betonnen beeld van de buitenzijde van de kerk lijken de scheve bunkers ook door te klinken.

In 1966, een sleuteljaar in de architectuurgeschiedenis van de 20e eeuw, plaatste Parent zich samen met Virillio nadrukkelijk op het podium van het architectonisch denken door hun kritische beschouwing van de modernistische architectuur. In de loop der jaren kwam Parent misschien meer in de coulissen terecht, maar dat maakt zijn experimenten in het denken over architectuur niet minder waardevol.

ArtEZ Academie van Bouwkunst scoort in Konstanz

Ieder jaar wordt door de Fakultät Architektur und Gestaltung van HTWG Hochschule Konstanz een overzicht gepubliceerd van de meest bijzondere onderwijsprojecten van het afgelopen studiejaar. Deze publicatie heeft de naam “Werkschau Architektur 2016”. Door de samenwerking met de Hochschule Konstanz in de summerschools vanaf 2013 krijgen we ieder jaar een exemplaar van de Werkschau toegestuurd.

k1

Gedurende de productietijd van de Werkschau wordt een onafhankelijk jury uitgenodig om de beste plannen uit dit overzicht aan te wijzen. De door de jury geselecteerde plannen krijgen als bekroning een zogenaamde “Seestern” toegekend.

k2

In deze ronde blijkt dat de Academie van Bouwkunst bij twee van de zeven toegekende Seesternen is betrokken. Eén Seestern is toegekend aan de summerschool 2015 in Arnhem met de drijvende paviljoens.

k3

k4

k5

k6

De andere Seestern is voor het ontwerp van Alexander Marks, dat hij heeft gemaakt gedurende zijn exchange-semester in Arnhem. Zijn ontwerp bij het atelier Sustainable Happiness met als docenten Lada Hrsak en Addy de Boer kreeg de meigroene Seestern.

k7

k8

k9

Mooi was ook dat de docenten in Konstanz met trots over de behaalde Seesternen vertelden. De samenwerking van de architectuuropleidingen aan de Rijn heeft zo naast de summerschools ook nog een ander mooi resultaat.